Zeven redenen waarom de samenwerking met Tiësto beukte als de beste beat.
04 mei 2026Een verslag met een knipoog.
04 mei 2026
Día 1 en Madrid: ‘Ik ben al bijna een dag wakker’
Terwijl café Krisje aan de Haven nog uitpuilde, cafetaria Willy’s aan de lopende band kapsalons maakte en een zwerver aan de Stadionstraat een prullenbak leeghaalde, stond een groepje échte NAC-sponsoren van de Businessclub zaterdagnacht al klaar voor vertrek.
De één had een uurtje geslapen, de ander misschien tien minuten. Wetende dat de eerste pinten, glazen wijn én een fel brandende Spaanse zon al vroeg op het bolletje zouden slaan/staan.
Het Riyadh Air Metropolitano, een opzienbarende, maar niet te missen sponsornaam, maakte indruk. Ondanks de leegte van zo’n 70.000 stoeltjes. Met wat Atletico Madrid-merchandise en een mooie rondleiding in de tas wist de barvrouw van het nabijgelegen horecatentje Los Cincos nog één keer boos te worden. Boos omdat mensen graag NAC-muziek willen horen over de Bluetooth-speaker? Ongelofelijk eigenlijk. Zonder dankwoord, maar met een schaterende lach, vertrok de groep Bourgondiërs richting het hotel.
En wat voor hotel. Een gigantisch, statig pand aan de drukke Gran Vía, in het centrum van Madrid tegenover het befaamde Plaza de España. Je raakt er zo de weg kwijt, al had een van de NAC-personeelsleden daar zelf geen last van; handig als je met reisleider Marco van Dijnsen de kamer deelt. Het dakterras maakte minstens zoveel indruk: cocktails, muziek, wulpse vrouwen en een glazen plaat waar je recht doorheen naar beneden kijkt. 27 verdiepingen. Voor sommigen een mooie foto, voor mij eerder een nachtmerrie. Diep in de nacht werd er nog een serieus potje kaarten gespeeld, met bijpassende verfrissingen.
Eerder die dag werd Madrid per fiets verkend. Een relaxte tocht veranderde al snel in een mini-etappe van de Vuelta Ciclista a España. En dat bij zo’n 27 graden! Korte, venijnige hellingen door de bruisende binnenstad. We hielden ons staande, maar een terrasje met een tapa en een cerveza fría was meer dan welkom.
Aan tafel, later die avond, sprak iemand nog de wens uit om in het nachtleven in de buurt te ontdekken. Het werd dus de bekerfinale van de Copa del Rey kijken met kameraden, onder het genot van de nodige gezelligheid en bijbehorende elementen. De finale tussen Atlético Madrid en Real Sociedad was spannend, maar kende voor de tweede club van de stad een treurig einde. Verliezen hoort erbij, dat weet een NAC-supporter als geen ander.
Het was tijd om iedereen een gezegende zondag toe te wensen. De kerk om iets op te biechten zat om de hoek van hotel. Op naar een mooie tweede dag in het hart van Spanje. Hup NAC.
Día 2 en Madrid: ‘Een vies beest! Bah!’
Iemand van de reisgroep droomde vannacht van een bruine Madrileense beer die op liefelijke wijze moerbeien uit een boom plukte om op te eten. Om te duiden: dat is een symbool van de Spaanse hoofdstad. El Oso y el Madroño.
Terug naar de realiteit. Of beter gezegd: naar het ontbijt. Als hyena’s op hun prooi stortten wij ons, net als zo’n beetje heel Madrid, op het buffet. De Spaanse koning zou jaloers zijn op deze eetzaal van dat hotel. Je raakt er verdwaald, maar vertrekt met een goed gevulde maag. Voor sommigen waarschijnlijk ook functioneel voor een soepele stoelgang.
Die kwam overigens ook op gang tijdens een wandeling richting de bakermat van de Madrileense tapas. De gidsen – volgens mij heetten ze Carolien en Sylvia – deden hun best en leidden ons als een groep hongerige beren van verhaal naar verhaal en uiteindelijk naar de tafel. Onze reisleider had ondertussen één duidelijke vijand: inktvis. “Een vies beest. Bah.” (Mar)co Calamares liet het aan zich voorbijgaan.
Als groep deden we onze naam eer aan: De Bolle Buiken had zo onze bijnaam kunnen zijn. Eten in overvloed. Die arme, zoekende beer uit de droom, die moeite moest doen voor een paar moerbeien, moest het eens weten.
Na een portie churros in een befaamde ijssalon trok de kudde weer verder door de stad. Niet stampvoetend, niet schoorvoetend, maar gewoon zoals we zijn. Onderweg ontstonden de verhalen: over foute straatverkopers, over euro’s, over kinderen die NAC-liedjes zingen op de Gran Vía of Plaza Mayor, over steile straatjes, over bier, wijn en Tinto de Verano, over de bekerfinale, over muziek, over talent in de discotheek en over wie tot het gaatje kon gaan. Soms zeggen beelden meer dan duizend woorden. Gelukkig hebben we de verhalen nog.
Día 3 en Madrid: ‘Wat een joekel!’
Het is maandag. Voor de meesten het begin van een nieuwe week, maar voor de echte NAC’ers nog een laatste vakantiedag.
De reis werd afgesloten met een bezoek aan het vernieuwde Santiago Bernabéu van Real Madrid. “Wat een joekel,” klonk het in prachtig Bredaas accent bij binnenkomst. En terecht: ruim 84.000 toeschouwers passen er in het stadion van een club die zich graag op de borst klopt, en daar ook reden toe heeft.
Na al dat indrukwekkends moest er natuurlijk gegeten worden. Croquetas, paella, vers gegrilde Iberico-varkenshaas, inktvisspecialiteiten en als toetje een flan of een glas cava. “Ik kan niet meer. Ik zit zo vol.”
Niet veel later zat de reis er echt op. De levensgenieters kozen het luchtruim, huiswaarts. Dinsdagnacht, rond half drie, lag de laatste deelnemer weer in bed. Moe, voldaan en met Madrid nog vers in het geheugen. Dromen van de Spaanse hoofdstad met de bruine beertjes die naar moerbeitjes zoeken, met ‘Hala Madrid’ op de lippen.
NOAD.