‘Uitdagingen die veel mensen afschrikken trekken mij juist aan’

Remco Oversier (41) kon aan de slag bij meerdere clubs, maar koos bewust voor NAC. Wat drijft de nieuwe algemeen directeur van de Parel van het Zuiden? En: wat wil hij er neerzetten? ‘Deze club triggert mij enorm.’

02 oktober 2024

Het nieuwe voetbalseizoen is amper begonnen, als Remco Oversier vanuit de boardroom in het Rat Verlegh Stadion uitkijkt op het speelveld van de club waar hij enige weken eerder is begonnen als algemeen directeur. ‘Wat fantastisch dat NAC terug is in de Eredivisie’, zegt hij dan, het enthousiasme hoorbaar in zijn stem. ‘Elke thuiswedstrijd een volle bak in een prachtige ambiance; mooier kan niet.’

Oversier. Officieel begon hij 1 augustus jongsleden aan zijn baan als algemeen directeur bij NAC. Maar in de praktijk loopt de geboren Rotterdammer al een poosje rond bij de uit de Keuken Kampioen Divisie gepromoveerde club. Hij maakte in die maanden kennis met het managementteam, Raad van Commissarissen, STAK, certificaathouders en andere stakeholders. En hij beleefde thuiswedstrijden tussen de fanatieke supporters op de B-Side en Vak G. ‘Sfeer proeven’ noemt hij dat zelf. Want, vindt hij: voordat hij ergens een handtekening zet, moet hij weten of hij zich ergens senang voelt en of hij er daadwerkelijk zijn stempel erop kan drukken. Om die reden besloot hij enige tijd terug, na zo’n kennismakingsperiode, bijvoorbeeld níet aan de slag te gaan bij FC Twente. Hoe anders is het nu in Breda. Daar zeiden zijn hart en verstand wél volmondig ja.

Sociale inborst

‘Ik moet me ergens thuis voelen, weten dat een bepaalde cultuur bij me past en dat gevoel heb ik bij NAC’, bekent Oversier. Met een lach, verwijzend naar het imago van de Bredase club, waar trainers en directeuren doorgaans even snel weer gaan als dat ze gekomen zijn: ‘Uitdagingen die veel mensen afschrikken trekken mij juist aan. Hoe hoger de druk, des te lekkerder ik me voel. Ik heb echt de overtuiging dat we NAC naar een hoger plan gaan tillen met elkaar.’

Met elkaar. Samen. Het zijn termen die Oversier in de meest fundamentele zin typeren. Vraag het aan zijn vroegere collega’s bij RKC, de club die onder zijn leiding vanuit uit een bankroet weer volledig opleefde en inmiddels alweer enige jaren in de Eredivisie speelt. Of bij makelaarskantoor SEG, dat onder hem de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een van de meest prominente bedrijven in z’n soort. Zoals Oversier als docent bij de KNVB – een functie die hij nog steeds parttime vervult – eveneens bekend staat om zijn sociale inborst. En zo’n manier van werken zullen ze in Breda ook van hem gaan zien. Al deinst hij er óók niet voor terug om harde beslissingen te nemen, wanneer hij denkt dat dit in het belang is van de club. Zo besloot hij als RKC-baas ooit om de samenwerking met Willem II stop te zetten. Want: nadelig voor de Waalwijkers.

‘Het ontvlechten van problemen en vervolgens samen ervoor zorgen dat het beter gaat; dat is me op het lijf geschreven’, duidt Oversier zijn eigen bijsluiter. ‘Ik ben een bouwer, absoluut. Maar ik durf zeker ook een afbreker te zijn wanneer ik denk dat bepaalde beslissingen genomen moeten worden. Zo zal ik er bij NAC ook instaan. Ik weet dat dit een club is met veel lastige dossiers en met veel uitdagingen, zeker ook financiële uitdagingen. Daar staat tegenover dat NAC altijd leeft, dat het stadion elke twee weken vol zit met supporters en sponsoren. Deze club triggert mij enorm. Ik sta te trappelen om er iets heel moois van te maken hier.'

Anders naar het leven kijken

Oversier is bezig aan een razende carrière, een teleurstellende periode als technisch directeur bij NEC daargelaten. Op persoonlijk vlak heeft de in Brabant woonachtige nieuwe NAC-baas evenwel een harde klap moeten incasseren. Deze maand (september) precies tien jaar geleden overleed zijn dochtertje Keet op slechts 2-jarige leeftijd. Hij en zijn vrouw vonden haar levenloos in haar bedje, nadat ze de avond ervoor nog gewoon was gaan slapen. Die gebeurtenis heeft Oversier anders naar het leven doen kijken, vertelt hij. Domweg omdat hij weet hoe kwetsbaar je bent als mens, hoe zeer je het geluk van alledag moet omarmen. De dood van Keet heeft hem, kortom, meer dan ooit doen inzien dat een keer verliezen met 2-1 niet per se het einde van de wereld is. Al moet die levenshouding allesbehalve verward worden met een gebrek aan ambities, geeft hij aan. Integendeel. Gedreven als hij is, wil Oversier er het meer dan het maximale uithalen. Privé en qua werk.

‘Ik heb voor mijn gevoel nog een wedstrijd te winnen’, zegt hij met gevoel voor vakjargon, doelend op zijn persoonlijke verdriet dat nooit zal slijten. ‘En in die wedstrijd wil ik de spits zijn die het beslissende doelpunt maakt. Ik wil me bij NAC helemaal geven, ervoor zorgen dat de mensen hier straks een club hebben die vast in de Eredivisie speelt. Echt, hier is nog zoveel meer mogelijk. Daar geloof ik heilig in.’

Financiële stappen zetten

Goed beschouwd is NAC nu al uit zijn jasje gegroeid, zoals Oversier stelt. De club verkocht een recordaantal seizoenkaarten (15.500) en ook de sponsortribunes – met 200 nieuwe sponsoren – puilen dit seizoen uit. Het is, vindt de algemeen directeur, ‘een groot compliment aan Eric Matijsen (commercieel directeur, red.) en zijn team’. Maar het betekent ook dat er werk aan de winkel is. Wil de Yellow Army inderdaad stamgast worden in de Eredivisie, dan moeten er met name in financieel opzicht stappen worden gezet. En daarin vormt het stadiondossier een cruciale factor. Ter illustratie: de Parel van het Zuiden is qua toeschouwersaantallen de vijfde club van Nederland. Op het gebied van stadionhuur betalen staat NAC óók in de top zes. En dat voor een ploeg die het afgelopen decennium grotendeels in de Keuken Kampioen Divisie actief was. Het heeft tot gevolg dat de Bredanaars, in verhouding tot veel andere ploegen in het rechterrijtje van de Eredivisie, maar een relatief beperkt bedrag kunnen uitgeven aan spelers.

‘Er is nog genoeg te doen hier’, stelt Oversier, terwijl de graskeepers de grassprieten in het Rat Verlegh Stadion vertroetelen alsof het kittens zijn. ‘We gaan er onze tanden inzetten met elkaar.’

Met elkaar. Hij benadrukt het nogmaals. Bekend als hij is met de gierende emoties bij de Bredase volksclub en met de verschillende colonnes die in dit stukje Brabant nog weleens over elkaar willen tuimelen, is één zijn en het samen doen de remedie om van NAC weer de club te maken die het op basis van z’n achterban hoort te zijn. ‘En dat is een club die niet meer weg te denken is uit de Eredivisie’, besluit Remco Oversier met een gepassioneerde blik in zijn ogen. ‘Als we in weer en wind naast elkaar blijven staan, gaat dat ons lukken.’

Lees verder in NAC Zaken magazine

auteur: Dennis van Bergen fotografie: René Schotanus

Meer nieuws